Crisis

 

Crisis
Reflectie met Roxanne Vernimmen, voorzitter raad van bestuur Altrecht GGZ. Tekst door Marjolijn Zwakman.

MARJOLIJN Ik zag dat medewerkers de kerstboom hebben opgetuigd met het woord ‘crisis’ in papieren letters. Via het interne netwerk lees ik anonieme blogs van boze medewerkers, ontevreden bestuurders en bezorgde patiënten. Ze getuigen van de onrust over de veranderingen die er gaande zijn, maar ook van de toewijding van de therapeuten en de liefdevolle interactie die er tussen hen en de patiënten is. Op sommige blogs word jij ook bekritiseerd. Hoe voel jij je daar bij?

ROXANNE Wat dat betreft kom jij hier binnen in een vreemde tijd. Er vinden persoonlijke drama’s plaats. Mensen die zich zorgen maken over zichzelf. Personeel dat zich jarenlang met hart en ziel heeft ingezet en nu ineens niet meer nodig zou zijn, dat zich aan de kant geschoven voelt. Ze maken zich niet alleen zorgen over zichzelf, maar ook over de kwaliteit van de zorg. Gaan de veranderingen niet te snel, puur omdat er geld bespaard moet worden?

Soms is het voor mij ook heel lastig om met de veranderingen en de persoonlijke verhalen om te gaan. Verandering doet
au. Dat zie ik, dat voel ik zelf ook. Het is moeilijk. Maar de rol die ik heb binnen deze organisatie vereist denken op lange ter- mijn, daar word ik ook voor betaald. En ik doe dat vanuit een zeker optimisme.
 
Dat optimisme haal ik niet uit de lucht, maar baseer ik op
mijn eigen ervaringen in de psychiatrie. Er was een tijd dat er gedacht werd dat het goed was om alle zorgtaken voor een patiënt vanuit één organisatie te regelen, om de patiënt tot het oneindige te verzorgen. In die visie kwam verandering en ik was zelf als beginnend psychiater midden in zo’n veranderproces aanwezig. Ik stond daar heel onbevangen in, met weinig ervaring. Eigenlijk een hele mooie, onbevooroordeelde houding.
Er werd iets heel eenvoudigs bedacht om behandelmethoden over een andere boeg te gooien, namelijk door gewoon aan een patiënt te vragen: wat wil jij zelf eigenlijk, hoe kan jij je goed voelen? Op die vraag kwam gek genoeg nooit het antwoord dat iemand ‘beter’ wilde worden, oftewel van zijn psychiatrische aandoening af wilde. Iedereen had hele basale wensen, zoals kunnen werken, een vriendinnetje hebben en zelfstandig kunnen leven. Wij namen deze wensen als uitgangspunt om hun zorg vorm te geven, gingen in gesprek met hun omgeving, met de hulpverleners en hun familie. Maar als we benoemden dat de patiënt op zichzelf wilde wonen, was die hele omgeving daarop tegen. Niemand, behalve de patiënt zelf, zag het in eerste instantie zitten. Toen we daar toch een experiment mee deden, dus in de praktijk een groep patiënten zelfstandig lieten wonen, bleek het prima te werken. Op zo’n manier spreek je de kracht van een patiënt aan, en de kracht van een samenleving om daarmee om te gaan.
 
MARJOLIJN Een van de therapeuten hier, Jelle, vertelde me dat jij met een grote verzekeraar wilde praten om extra geld vrij te krijgen en dat zij niet met je wilden spreken. Hoe zit dat?
 
ROXANNE In dit verhaal herken ik mij niet. Alle zorgverzekeraars ontvangen ons juist wel. Alleen is er geen extra geld meer. Terecht wordt door onze medewerkers de bezorgdheid uitgesproken dat een gesprekje met de buurvrouw wel echt iets heel anders is dan een gesprek met een psychiater. Ik schrijf ook niet voor niks op mijn blog op Altranet dat ik het woord patiënt wil gebruiken en niet meer het woord cliënt. Ooit is gekozen om het woord cliënt te gebruiken, vanuit de gedachte die ik nog steeds sterk heb: iemand die een ziekte heeft is zo veel meer dan zijn ziekte. Hij of zij is een volledig mens die zo veel kan. Maar in deze tijd van bezuinigingen is het juist weer belangrijk om te benadrukken dat deze mensen wel degelijk een behandeling nodig hebben. Er moet geen misverstand ontstaan dat iemand met een ernstige depressie of andere psychische problematiek een schop onder zijn kont verdiend en maar gewoon moet gaan werken. Zo iemand heeft specialistische hulp nodig, en begeleiding van iemand die het ziektebeeld begrijpt.
 
MARJOLIJN Ik ben opgegroeid met het ideaal van zelfontplooiing: studeer Marjolijn, ontwikkel je, maak jezelf waar, groei! Die waarden klopten toen er geld en groei waren in de samenleving. Het voelt alsof ik nu, om een positieve bijdrage te leveren aan onze samenleving, eigenlijk hele andere vaardigheden nodig heb dan die ik geleerd heb. Hoe zie jij dat?
 
ROXANNE Een van de vragen die hier nu leeft is: hoe moet het als al die mensen die nu omringd worden door professionals ineens midden in een woonwijk worden neergezet? Niet alleen een patiënt moet daarmee om kunnen gaan, maar ook een omgeving. In het Westen meten wij welvaart af in termen van financiële welvaart. Minder geld betekent minder welvaart. Daar moeten we op terug gaan komen als maatschappij. Echte welvaart is dat je met elkaar zorg kan dragen voor de zwakkeren. De veranderingen die daarvoor nodig zijn, het samen herdefiniëren van de zorg, daar zitten we nu middenin. Die transformatie doet per definitie op allerlei fronten pijn, maar ik zie het als een onderdeel van mijn rol om daar optimistisch onder te blijven. En dat optimisme voel ik ook werkelijk.
 
MARJOLIJN Ik speel binnen onze samenleving de rol van kunstenaar. Ik maak in mijn werk mijn eigen constructen en voer die ook zelf uit. Ik ben dus eigenlijk mijn eigen beleidsmaker, bestuursvoorzitter en de vrouw op de vloer die de besluiten vorm geeft. Hoe ga jij om met de beperkingen van jouw rol?
 
ROXANNE Ik accepteer dat ik als bestuursvoorzitter van Altrecht in een bureaucratisch systeem functioneer, en dus te maken heb met veel regelgeving. Geld is een leidende factor. Het veranderen van het systeem is niet waar mijn aandacht naar uit gaat. Ik probeer goede zorg voor de patiënten te bewaken door ruimte te zoeken aan de buitenkant van de regelgeving. Daarmee bedoel ik dat ik het zoek bij de mensen waar het om draait, zij die het moeten doen. Dat zijn de mensen in de omgeving van de patiënten en de patiënten zelf. Ik doe dit zo omdat ik er in geloof dat het uiteindelijk gaat
om de houding die je naar elkaar toe hebt, zoals ik uitlegde
in het voorbeeld van het zelfstandig wonen. Zorgverleners,
de mensen in de omgeving van de patiënten en de patiënten zelf moesten in die nieuwe situatie allemaal opnieuw hun houding ten opzichte van elkaar bepalen. Ik geloof dat daar de verandering vandaan kan komen. Door elkaars kracht te zien en elkaar te ondersteunen. Het gegeven dat er minder geld is vraagt van ons om anders te gaan denken over het vormgeven van onze zorg, zoals ik toen al een keer heb meegemaakt. Je weet nog niet welke realiteit dat op gaat leveren. Er kunnen hele onverwachte maar mooie dingen uit voortkomen.
 
We krijgen van de regering minder geld, we moeten de zorg meer zelf vorm gaan geven. Ik ben daar optimistisch over, zolang we niet als eilandjes gaan functioneren en zien dat we elkaar echt nodig hebben. Zelf vormgeven betekent niet ‘voor jezelf’ vorm geven, maar vormgeven vanuit een kracht die een ieder in zichzelf heeft. Je eigen kracht aanspreken en vanuit die kracht zorg dragen voor elkaar. Het gaat dus meer over het vormen van netwerken.