Tijd

 

Tijd
Reflectie met psychiater Martin Roeten. Aangeschoven: Lineke Berkhout, vroeger werkzaam bij Altrecht GGZ, nu projectcoördinator sociale wijkdienst in Den Haag. Tekst door Marjolijn Zwakman.
 
MARJOLIJN Wetenschapper Arjo Klamer stelt dat de weten- schap en de zorg beheerst worden door regenten, oftewel managers en bestuurders. Zij hebben marktwerking in de zorg ingevoerd, hoewel zij deze werking hebben beperkt tot het domein van de verzekeraars. Dit beleid komt voort uit een neoliberaal denken, stelt Klamer. Als je wil toegroeien naar een samenleving waarin het ideaal van het ‘samen vormgeven’ (de participatie- samenleving) van grotere waarde wordt geacht dan het ideaal ‘het wordt geregeld’ (verzorgingsstaat) moet je als samenleving een transformatie doormaken. Welke afwegingen zouden ons kunnen helpen bij het beantwoorden van de vraag wat nu werkelijk waardevol en succesvol genoemd kan worden?
 
MARTIN Het is een verschil tussen hebben of zijn. Wij laten onze identiteit samen vallen met ons bezit, en bepalen aan
de hand daarvan of wij succesvol en welvarend zijn. Als wij bezit hebben zijn wij succesvol. Hebben wij dit niet, dan zijn
wij losers. Ik noem dat de terreur van het succes. Vanuit mijn perspectief als psychiater kan ik stellen dat dit denken ervoor zorgt dat de patiënt zichzelf een randfiguur kan gaan voelen, iemand die het niet gemaakt heeft. Onbelangrijk voor de maatschappij, geen bijdrage leverend, iemand die een schop onder zijn kont verdient. In de praktijk waar ik nu werk is er een zitje waar je samen met een patiënt kan zitten. Ook staat er in de ruimte een bureau met een computer. Steeds als er een patiënt binnen komt lopen, gaat die meteen achter het bureau zitten, met zijn rug naar me toe. Aannemend dat ik niet in het gewone zithoekje ga zitten, maar achter het bureau zal plaatsnemen. Vervolgens vertelt de patiënt zijn klachten, symptomen en de effecten van de medicatie. Ik voel me als psychiater gereduceerd en meen dat de patiënt zichzelf wellicht ook reduceert, tot slechts een drager van symptomen, ontdaan van de volheid van het leven. De ontmoeting vindt dan slechts plaats met een meer of minder relevant deel van de patiënt. 
Je kan je afvragen wat je wil kenmerken als het effect van een behandeling. Wanneer is een behandeling succesvol en de moeite waard? Succesvol zou bijvoorbeeld kunnen betekenen dat iemand er naar zijn eigen maatstaven weer toe doet: in verbinding is met de wereld, met anderen en met zichzelf. Dat hij weer kan genieten van zijn omgeving, van het zien van een mooie bloem. Dat is een effect op het niveau van het zijn. Iemand kan dan nog steeds de classificatie schizofrenie hebben. Een diagnose is veelomvattender dan een classificatie volgens het classificatiesysteem dat in de psychiatrie gebruikt wordt. Ik zie wat tegenwoordig het stellen van een diagnose genoemd wordt eerder als classificeren, het systematisch indelen in groepen of categorieën volgens vastgestelde criteria.
 
MARJOLIJN Door in samenwerking met de patiënten en behandelaars een kunstwerk te maken, zie ik de interactie tussen patiënten en behandelaars. Ik ervaar dat de waardevolle zorgmomenten de momenten zijn waarop de behandelaars op hun eigen inzicht afgaan. Hoe meer er beleidsmatig de nadruk wordt gelegd op effectmeting en aantoonbaar nut, hoe minder ruimte er lijkt te zijn voor behandelaars om hun eigen inzicht in te zetten. Hoe zie jij dat?
 
MARTIN Ik heb nog steeds spijt dat ik bij een eerdere baan, toen ik nog veel jonger was, ben weggegaan omdat ik voelde dat ik mijn werk niet op mijn manier kon doen. Ik dacht toen nog: de mensen met wie ik werk zijn ouder dan ik, ik wil mijn omgeving vanuit bescheidenheid tegemoet treden. Die filosofie ontleende ik aan het boek ‘De docta ignorantia’ van Nicolaus Cusanus, ‘Over geleerde onwetendheid’. Zijn houding was: ik weet niets. Destijds ging ik weg uit een omgeving waar ik geen zorg kon geven zoals ik wilde, nu heb ik daar mijn eigen weg in gevonden. Aan het invullen van een formulier over het probleem van een patiënt til ik niet te zwaar. Ik vraag aan de patiënt of hij het oké vindt wat ik opschrijf. Ik zie het als iets dat gewoon moet ge- beuren om de financiering rond te krijgen. Mensen lijden nooit aan een classificatie, maar aan problemen die zij niet alleen het hoofd kunnen bieden. Problemen die je vervolgens met ieders ervaring en inzet probeert te veranderen, nadat je ze eerst hebt geprobeerd te begrijpen. Begrip gaat voor het handelen en het interveniëren uit. Begrip vanuit deskundigheid. 
Op televisie hoorde ik Frits Barend in het discussieprogramma van Pauw en Witteman spreken over de mogelijke vrijlating van Volkert van der G.. Barend herhaalde: ‘Verbijsterend! Verbijsterend!’. Het is inmiddels tien jaar geleden dat Volkert van der G. Pim Fortuin in het Mediapark vermoordde, toch gaf Barend deze hele emotionele reactie. Vervolgens zei cabaretier Wim Helsen, die tegenover hem zat: ‘Goh, meneer Barend, u verkeert nu dus al tien jaar in een staat van verbijstering?’. Dat vond ik een mooie waarneming. Want in feite is Barend dus niet alleen emotioneel over de vrijlating van Volkert van der G., maar ook over ons democratische rechtssysteem, waarbinnen wij de afweging gemaakt hebben dat wij een vrijlating rechtvaardig vinden. Daarmee wil ik zeggen dat het blijven vasthouden aan de emotie die je ergens bij hebt, niet is wat ik voorsta. Ik geef mijn patiënten vaak gedichten mee, of een treffend citaat dat kan helpen individuele emoties of gedachten in een universelere context te plaatsen. Zo kunnen mensen zichzelf spiegelen aan medemensen, zich verbonden voelen met een groter geheel. Neem bijvoorbeeld dit citaat van Václav Havel uit 1986: ‘Hoop is niet hetzelfde als optimisme. Het is niet de overtuiging dat iets goed zal aflopen, maar de zekerheid dat iets ertoe doet ongeacht de afloop.’.
 
LINEKE De overtuiging dat hoop niet naïef is herken ik uit mijn praktijk in Laak, waar ik mensen zie proberen om samen te werken. Zo is er bijvoorbeeld een project waarbij studenten van de Haagse Hogeschool worden gekoppeld aan wijkbewoners die in de bijstand zitten en aanvullende hulp nodig hebben. De studenten gaan op huisbezoek en leren zo om kwaliteitsonderzoek te doen. Wijkbewoners die het lastig alleen kunnen rooien, krijgen een persoonlijk bezoek aan huis.
 
MARTIN Goethe zegt: ‘Er zijn twee dingen die ouders hun kin- deren mee moeten geven, wortels en vleugels’. Als ik overweeg waarom ik mijn werk als psychiater doe, dan doe ik dat binnen kaders. Er zijn geen eindeloze mogelijkheden. Het proces van een patiënt duurt in principe eeuwig, maar een ontmoeting moet ook ergens toe leiden, tot een effect. Vaak heeft een patiënt niet eens zin om echt naar zichzelf te kijken, om zijn situatie te veranderen en iets op te lossen. Dan komt het goed uit als hij zich kan verschuilen in een onpersoonlijke situatie, kan blijven vasthouden aan het beeld dat hij van zichzelf heeft en dat hij van de maatschappij over zichzelf heeft meegekregen. Waar we het eerder over hadden, de loser die zijn hand ophoudt. Als je het bekijkt vanuit het idee dat je pas iets betekent als je iets bezit, dan is en blijft zo iemand ook een loser.
 
Ik heb het idee dat we een gevoel van dankbaarheid kwijt zijn geraakt nu we uitgaan van de zogenaamde maakbaarheid van de dingen. We zijn vergeten dat we altijd binnen een situatie functioneren die mede door anderen mogelijk is gemaakt, dat het niet per definitie alleen je eigen verdienste is als iets goed lukt. En dat het dus evenmin de eigen schuld is van een ander als bepaalde dingen niet gelukt zijn. Ik zou daar empathischer naar willen kijken, de omstandigheden die van invloed zijn op een gezonde persoonlijke ontwikkeling meewegen. Wortels vragen een enigszins vruchtbare grond, al is het maar een rots waar toch een mosterdzaadje op kan gedijen. Voor geluk heb je vrijheid nodig, voor vrijheid moed. En voor moed weer het besef dat je ertoe doet.
 
MARJOLIJN Ik heb Arjo Klamer voor dit boek gevraagd zijn persoonlijke gedachten te delen over de hervorming van de zorg. Hij beschrijft hoe het denken over deze hervorming gebeurt vanuit een neoliberaal perspectief. Hoe ervaar jij dit beleid in jouw praktijk?
 
MARTIN Hoe bedoel je dat precies? Bedoel je dat er door regelgeving een wantrouwen optreedt van mij naar mijn patiënt of van mij naar mijn team? Ik ben vooral bezig met mijn patiënten te onderzoeken wat nou de consequenties zijn van hun aandoening en hun gedrag voor hun eigen leven. Bijvoorbeeld dat ze hun vrienden niet kunnen opzoeken of geen boodschappen kunnen doen. Dus niet dat ze hun eigen ziektekenmerken beschrijven en vertellen hoe het met de medicijnen zit. Ik ga in gesprek, op zoek naar wat de ziekte voor die specifieke patiënt betekent. Om dat te kunnen doen, heb je een relatie tot die specifieke persoon nodig. Dat is wat ik eerder ook benoemde als het verschil tussen iemand diagnostiseren of kwalificeren.