Maatschappij

 

Maatschappij
Reflectie met Marcel ten Hooven, freelance journalist voor onder andere De Groene Amsterdammer, Vrij Nederland en Trouw. Tekst door Marcel ten Hooven.    

‘Wow, wat is kunst toch top! Alles kan!’ schreef Marjolijn Zwakman mij eind januari 2014. Ze was tot die vrolijke gedachte gekomen toen ze in haar zeewierbad nog eens had ‘nagezommen’ hoe moeilijk haar geest de dingen soms maakt terwijl alles zo eenvoudig is.
De bevrijding die kunst de mensen te bieden heeft is dat alles kan. Dat is de eigen kwaliteit van kunst. Waar al het andere is ingeperkt in regels en conventies, is het bijzondere van kunst dat zij dat nu juist niet is.
Helemaal waar is dit zwart­wit beeld niet. Ook kunst kent haar eigen regels en conventies. Het verschil is dat zij er niet zijn om de kunst in te perken, maar om haar expressieve kracht te ver- groten. Ik doel op de regels en conventies die het vakmanschap in de kunst bepalen. Goede kunst is ook goed gemaakte kunst, en dat vergt een permanente oefening en vorming in vakmatige kwaliteit. Hoe beter een kunstenaar daarin is, hoe beter hij in staat zal zijn uitdrukking te geven aan het verhaal dat hij in zijn werk wil vertellen, aan de ideeën die erin besloten liggen.
Dat in de kunst alles kan, maakt haar van grote waarde. Met die eigen kwaliteit vergt ze wel wat van je. Kunst kan hard werken zijn. Om te kunnen duiden wat je ziet, hoort of leest, moet je het jezelf wat moeilijker maken dan je geneigd bent te doen. Onderscheid komt pas met de jaren, als je het nodige hebt ge- zien, gehoord of gelezen. Kunst voedt de mensen dus met méér dan louter esthetisch genoegen. Met alle reserves die ik heb
bij grote woorden, schrijf ik op dat kunst kenbaar kan maken wat anders ongekend en onzichtbaar zou blijven. Na het lezen van een goed boek, het bekijken van een goed schilderij of het luisteren naar goede muziek ben je weer wat wijzer.

Kunst kan een verrijkende ervaring zijn die je verder kan helpen. Voorwaarde is wel, dat de kunstenaar de ruimte krijgt en zich dus niet door andere dan de vakmatige regels en conventies ingeperkt voelt.Hierover spraken Marjolijn en ik, op een heldere wintermiddag in Het Vijfde Seizoen. Naderhand schreef ze me dat ze daarna drie dagen haring met ui had gegeten. Ze was vergeten dat ze die voor die middag had ingeslagen en nu moest ze de visjes in haar eentje opeten.

Het beroep dat Marjolijn op de mensen doet om de dingen anders te bekijken, is een voorbeeld van hoe kunst een verworvenheid is die de samenleving beter kan maken. Ook
de democratie en de journalistiek zijn zulke verworvenheden, mits zij zich aan de eigen regels en conventies houden. Waar de kunst haar kwaliteit ontleent aan Marjolijns motto dat alles kan, zijn de democratie en de journalistiek juist noodzakelijkerwijs ingeperkt door specifieke regels. Anders gaat het mis.
De essentiële regel die de journalistiek afbakent is dat waarheidstrouw haar drijfveer moet zijn. ‘Comment is free, facts are sacred’, schreef de journalistieke veteraan Charles Scott in 1923 in een klassiek geworden essay over het wezen van de journalistiek voor The Manchester Guardian. Commerciële belangen zoals een zo hoog mogelijke oplage moeten ondergeschikt zijn aan die journalistieke wet.
Negentig jaar nadat Scott zijn wet formuleerde, signaleerde journalist Nick Davies in het boek ‘Flat Earth News’ dat de fnuikende werking die de commercialisering op de geschreven pers heeft afbreuk doet aan de journalistieke kernwaarden betrouw- baarheid en waarheidsgetrouwheid. Marktwetten regeren de media, schreef hij. Davies noemt als oorzaak het verschijnsel dat uitgevers in hun streven naar hoge winstcijfers steeds min- der journalisten steeds meer werk laten doen, met als gevolg dat de zorgvuldigheid eronder lijdt.
In een journalistieke wereld die het moet hebben van snelheid en winst doet de waarheid er minder toe. De kunst helpt ons om ons een beeld te vormen van wat er dan dreigt. In de film ‘The Shipping News’ van Lasse Hallström uit 2001, naar het gelijknamige boek van de Amerikaanse schrijfster en oud­journaliste Annie Proulx, houdt de eigenaar en hoofdredacteur van de lokale krant in een vissersdorp een aankomend verslaggever voor dat de kop altijd kort, krachtig en dramatisch moet zijn. Hij wijst naar de zee en vraagt zijn pupil: ’Wat zie je daar? Wat zou je kop zijn?’. Het antwoord: ’Donkere wolk boven horizon’. De hoofdredacteur schudt zijn hoofd en corrigeert: ’Opkomende storm bedreigt dorp’. De verslaggever werpt met dunne stem tegen: ’En als er geen storm komt?’. Dan heeft de krant de volgende dag weer nieuws, doceert zijn meerdere, met de kop: ’Dorp ontsnapt aan dodelijke storm’.
 
De kunst helpt ons ook om de regels die de democratie definiëren beter te doorgronden. In 1928 schilderde George Grosz ‘De volksmenner’. Volgens de filosofe Hannah Arendt gaat achter het werk van de Duitse kunstenaar een journalistiek commentaar op zijn tijd schuil. Dat is niet te veel gezegd als het om ‘De volksmenner’ gaat. We zien hoe een man met fanatieke trekken op het gezicht de omstanders toespreekt, ratel en megafoon in de hand, sabel en gummiknuppel aan de riem. De gebraden kip, drank en vrouwenbillen bovenaan het schilderij verbeelden de belofte van een luxe leven. Zijn boodschap pleziert zijn toehoorders: er is geen dissident te bespeuren.
 
Een tijdje geleden zou het schilderij vooral de herinnering aan het verleden levend hebben gehouden, als waarschuwing voor de nazi’s. Nu roept het ook zorgen over deze tijd op. De democratie is kwetsbaarder dan ze door haar ogenschijnlijke vanzelfsprekendheid wellicht lijkt. Daarop wijst Grosz’ volksmenner. Dat komt vooral door dat ontbreken van een tegengeluid op het schilderij. De kracht van de volksmenner is zijn boodschap dat de wil van de meerderheid wet is. De meerderheid heeft altijd gelijk, omdat zij de meerderheid is, luidt de boodschap eenvoudig. 
Vandaar die schok der herkenning als je voor het schilderij staat. Ook het Nederlandse bestel staat onder druk van het rechts- populistische idee dat de meerderheid altijd gelijk heeft. Het gevaar zit in het ondermijnende effect op het denken over representatieve democratie. Dat type democratie past bij samenlevingen met een verscheidenheid aan godsdienstige, culturele en etnische minderheden.
 
Dat is logisch. Politieke kwesties van immateriële aard liggen in pluralistische samenlevingen al gauw zo gevoelig dat het doordrukken van een meerderheidsbeslissing, tegen de wil van een minderheid in, destabiliserend kan werken. 
De democratie gaat daarom veeleer over bescherming van minderheden dan over vorming van meerderheden. Er staat dus nogal wat op het spel als die traditie daadwerkelijk haar kracht zou verliezen, onder invloed van de rechtspopulistische boodschap dat de meerderheid in de uitvoering van haar wil wordt belemmerd door een elite. De democratie functioneert dus alleen zoals ze bedoeld is als zij verbonden blijft met de rechts- staat, waarvan regels ter bescherming van minderheidsrechten de kern zijn.
 
Zo’n schilderij van Grosz kan heel wat gedachten losmaken. Daar praatten Marjolijn en ik zo’n beetje over, op die namiddag in haar paviljoen, terwijl de haring nog in de koelkast stond.