Zorg

 

Zorg
Reflectie met Carlo Leget, hoogleraar Zorgethiek en Geestelijke begeleidingswetenschappen aan de Universiteit voor Humanistiek Utrecht. Tekst door Carlo Leget.

Zorg is een universeel maar ook kwetsbaar fenomeen. Het is
 er bijna als vanzelfsprekend wanneer een kind geboren wordt, wanneer een mens ziek wordt, wanneer een oudere struikelt. Het is niet weg te denken uit onze alledaagse werkelijkheid. Zorg wordt verleend door wie eten maakt, kleding repareert, kinderen naar school brengt, schoenen poetst, slingers ophangt, banden plakt, eten brengt naar de alleenstaande buurvrouw, de tuin bijhoudt, de poes te eten geeft, een kaartje stuurt naar een verre vriend. Zorg is overal, onopgemerkt. Van- zelfsprekend, als smeerolie op een fietsketting, als cement in een muurtje. Als boter op een broodje. Zorg verbindt ons met het leven. Zorg maakt zichtbaar en voelbaar wat waardevol is. Zorg is leven, leven is zorgen. Een zorgeloos leven is geen leven, want het gaat nergens over. Het fladdert weg als een leeglopend ballonnetje. 

Zorg wordt ook ter hand genomen, georganiseerd, verbeterd, geïmplementeerd, gereguleerd, vastgesteld, geprofessionaliseerd, bekostigd, gesubsidieerd, als product verkocht, langs prestatie indicatoren gelegd, via richtlijnen uitgerold, gesaneerd, gereduceerd en gecompartimentaliseerd. Daarmee verandert de zorg langzaam van een spontane verbinding met het leven tot een voorgeschreven verhouding tot de werkelijkheid. En daarmee kan instrumentalisering langzaam bezit nemen van de zorg.

Zorg groeit uit tot een bos, een woud, een dicht en ondoordringbaar oerwoud, waar grote bomen kleinere wegdrukken en het licht ontnemen, en slechts ruimte laten voor een beperkt aantal zorgpaden. Zorgpaden met een evidence­based betonnen fundering en stevige hekken voor de veiligheid. Zorg wordt omgegooid, zit in transitie, bomen worden gerooid en opnieuw geplant, niemand weet of ze weer wortelen en of het nieuwe bos leefbaar is. En dan verschijnt zorg weer als gras in de scheurtjes van het beton, in hoopjes zand die in de hoek van het hek gewaaid zijn, op plaatsen waar het zo donker is dat er eigenlijk niets kan groeien.
Zorg is onuitroeibaar, het verschijnt steeds weer, omdat het onlosmakelijk met menselijkheid verbonden is. Waar mensen zijn, is leven. Waar leven is, is zorg. Die zorg kan groot, klein, scheef, warm, kil, verstikkend, liefdevol, zielloos, weldadig, ondersteunend, onderbetaald of overbetaald zijn, maar het is zorg. Zorg is zo sterk dat we er ons eigenlijk geen zorgen om hoeven te maken. En toch is het goed als we dit wel doen. Want zorg kan mensen uitputten, uithollen en klemzetten. Door de manier waarop we zorg in ons land organiseren gaat soms precies dat verloren wat zorg tot zorg maakt: de spontane verbinding met het leven, waardoor we ontdekken wat van waarde is. Zorg om de zorg is geen overbodige luxe.
 
En dan is er kunst. Kunst als een hakmes dat een gat in de jungle slaat, kunst als een clown die over de veilige hekken springt, kunst die een ontroering teweeg brengt die de bomen doet buigen. Omdat we zorg soms zo kapot organiseren dat we niet meer weten waarmee we eigenlijk bezig waren, nodigen we soms de kunst uit. We vragen de kunst om ons opnieuw te leren kijken, om stil te staan bij de vanzelfsprekendheden waarin we ons opgesloten hebben. En we begrijpen niet waar en wanneer we de spontaniteit van de zorg verloren hebben.
Kunst is als een kleine vakantie (vacuüm, vacatie, vacature), een kleine leegte in de dag die lucht geeft, licht laat doorschijnen en de levenslust aanraakt. Goede kunst verbindt met het hier en nu, met het leven, en met wat er echt op het spel staat in de drukte van alledag. Goede kunst schept ruimte, innerlijke ruimte en ruimte tussen mensen, en leert kijken met nieuwe ogen. Het frist op en doet opleven. Eigenlijk lijkt het daarin sterk op zorg. En andersom. Zorg als levenskunst.
 
Zorg heeft – net als het leven – plekken nodig van bezinning, rust, stilte, leegte. Want zorg is kostbaar en broodnodig. Omdat zorg, zoals Joan Tronto en Berenice Fischer zeggen ‘alles omvat wat wij doen om onze wereld zo in stand te houden, te continueren en te herstellen dat we daarin zo goed mogelijk kunnen leven’. Zorg valt voor mij samen met de grootste opgave waarvoor wij ons als mensen gesteld zien: onze wereld bewoon- baar maken voor iedereen zonder iemand buiten te sluiten. Dat begint op hele kleine schaal bij de zorg voor ons zelf, in onze directe leefomgeving, onze straat en onze wijk. Maar het loopt door tot mondiale rechtvaardigheid en ecologisch verantwoord ondernemen. In een zorgzame wereld is de menselijke maat bepalend, zonder dat alles altijd alleen maar om mensen draait. Om een dergelijke wereld steeds weer te kunnen denken en zien moeten we steeds opnieuw leren kijken en onze vanzelfsprekendheden loslaten.